free web hosting | free website | Business Web Hosting | Free Website Submission | shopping cart | php hosting
DUITSE PANTSERVOERTUIGEN
Het vervolg in Normandië

Pantzerkampfwagen V 'Panther'

Tijdens de veldtocht in Rusland bleken de Duitse tanks te zwak voor de Russische T-34. Niet alleen werd de aanzet gegeven om de PzKpfw IV te verbeteren, maar ook om een totaal nieuwe tank te ontwikkelen. Op 25 november 1941 krijgen Daimler-Benz en MAN de opdracht een prototype te ontwikkelen voor een middelzware tank in de 30-35 ton klasse. De specificaties hielden in dat het pantser aan voorzijde een dikte van 60mm moest hebben en de zijkant 40mm. Verder moesten de zij-en voorkant schuin naar boven lopen (net als bij de T-34) en moest het een snelheid halen van ongeveer 55 km per uur. In april 1942 worden de twee ontwerpen VK.3002 (DB) en VK.3002 (M) naast elkaar vergeleken.

Links de Russische T-34, rechts het voorstel van Daimler-Benz

De Daimler-Benz had brutaal weg nagenoeg een identieke T-34 nagetekend. Terwijl de tank van MAN een geheel nieuw ontwerp was. Het was niet een simpele machine zoals de Russische tegenhanger, maar een strak ontworpen machine. De toren was zo ver mogelijk naar achteren geplaatst om het lange kanon niet te ver te laten overhangen. Ook vanwege de aandrijving, met een Maybach HL. 210, op de voorwielen bleef aan de voorzijde voldoende ruimte over om de assen in onder te brengen. Hitler was enorm gecharmeerd met het Daimler-Benz 'T-34' type maar hij wilde het kanon veranderd zien van een 75mm L/48 naar een L/70. Er ging een bestelling van 200 stuks naar Daimler-Benz. Er werden enkele prototypen van gebouwd, maar het comité Waffenprufamt 6 (onofficieel 'Panther Commitee' genoemd) had zijn voorkeur al uitgesproken voor het ontwerp van MAN vanwege hun moderne opvatting en dat het met de bestaande Duitse technische voorzieningen beter te bouwen zou zijn. In mei 1942 kreeg MAN opdracht een stalen prototype te bouwen. De order van 200 aan Daimler-Benz werd stilzwijgend afgebroken. In september 1942 is het eerste prototype van de VK.3002 (MAN) gereed, direct gevolgd door een tweede prototype. De twee werden uitvoerig getest. De Tiger tank is dan juist in productie gegaan, maar deze vertoonde nog veel tekortkomingen, zoals het enorme gewicht en trage snelheid. De nieuwe tank van MAN werd met grote spoed in productie genomen (ook met inzet van de fabriek van Daimler-Benz). Met Sonderkraftfahrzeug nummer SdKfz 171 liep het eerste productiemodel in november 1942 van de band als Pz.Kpfw.V. Het doel was 600 Panthers per maand te leveren, maar dit bleek onhaalbaar. In mei 1943 waren er maar 324 afgeleverd. In 1943 is een gemiddelde van 154 stuks per maand geleverd en in 1944 is de productie 330 Panthers per maand. In februari 1945 als de productie tot een gedwongen eind komt zijn er 4814 Pz.Kpfw.V's gebouwd. Op 5 juli 1943 ziet de Panther voor het eerst actie in de tanksslag van Koersk. Maar vanwege de snelle productie zitten er veel mankementen in de techniek. Er vallen dan ook meer tanks uit vanwege mechanische problemen dan door Russische tanks.

Links de Pz.Kpfw.V 'Panther' Ausf.D, rechts een Ausf.A

De eerste productie uitvoering was Ausf.D. Deze was aan de voorzijde snel te herkennen aan de twee luiken aan de voorzijde. Aan de linkerzijde van de tank zat de bestuurder achter een soort van klep, net als de boordschutter naaste hem, die een als kijksleuf een rechthoekige klep had. In de Ausf. A verdween de kijkklep voor de schutter en in Ausf.G verdween de kijkklep ook voor de bestuurder. De toren van Ausf.D had een hoge cupola voor de commandant die door zes sleuven naar buiten kon kijken, in Ausf.A en G werd dit verbeterd door zeven periscopen aan te brengen. In de toren van Ausf.D was aan de linkerzijde een rond luik aangebracht om munitie door te geven en lege hulzen te verwijderen. Dit luik verdween in de Ausf.A en G. Wel bleef een luik aan de achterzijde bestaan in alle uitvoeringen, deze verzorgde de toegang voor de lader van het kanon. Het kanon was in eerste instantie een 75mm L/60 maar tijdens het testen van dit prototype werd besloten het kaliber naar Lang 70 te brengen.

De toren van de PzKpfw V 'Panther'

Aan de latere versies van Ausf.D verschenen de 'bazooka' platen aan de zijkanten. Ook was de romp en toren met Zimmerit behandeld tegen het 'aanplakken' van magnetische mijnen. In juni 1944 was het voornamelijk de Ausf.G die in Normandië opereerde. Via een opdracht van Hitler op 27 februari 1944 persoonlijk was de aanduiding Pz.Kpfw.V vervallen en de tank had nu alleen nog de naam Pather Ausf. G. In de G versie was de sterkte van het pantser aan de zijkant van 40mm naar 50mm gebracht. Tevens waren de schuine kanten van 30 naar 40 graden verbouwd. In de toren was meer ruimte gemaakt voor munitie voor het kanon, van 79 naar 82 granaten. Met Ausf.F zou een compleet nieuwe Panther ontstaan. Dit rechtvaardige om het de naam Panther II te geven. De toren was van een geheel nieuwe vorm en concept en kon ook een nieuw kanon herbergen, de L/100 of het 88mm kanon van de Tiger. Maar omdat de oorlog naar het einde liep is deze versie nooit in productie genomen. Andere projecten die op de basis van de Panther werden gebouwd waren een buldozertank, mijnenveger, wapendrager, berger en AA-tank. Maar de belangrijkste exponent die voortkwam uit de Panther V was de fameuze Jagdpanther.

Sd.Kfz.173, Jagdpanther

Het geweldige kanon, de 88mm Pak 43/3 L/71 vond onder ander een plaatsje in de Jagdpanther. Deze tankvernietiger begon zijn leven als de 8.8 cm Pak 43/3 auf Panzerjäger Panther (Sd.Kfz.173) maar op Hitler's persoonlijke suggestie werd dit in februari 1944 de Jagdpanther.

De Jagdpanther bezat geen toren, maar het kanon stak uit de schuine voorzijde en kon 11 graden naar beide zijden gericht worden. In plaats van de vijf bemanningsleden voor de Panther V zaten in de Jagdpanther zes man. Buiten de commandant waren er de bestuurder, een radioman/boordschutter, kanonschutter en twee beladers voor het kanon. Er werden er (gelukkig voor de geallieerden) maar 384 van geleverd.

In Normandië was 1 bataljon, het s.Pz.Jg.Abt.654, rond Les Loges in de Britse sector actief. Op 30 juli wisten 3 Jagdpanthers binnen enkele ogenblikken 10 Churchill tanks uit te schakelen. Andere geallieerde tanks namen de terug trekkende Jagdpanthers onder vuur. Enige tijd later werden er twee van terug gevonden, zwaar beschadigd en verlaten. Van de andere was geen spoor.


Jagdpantzer 'Hetzer' 38 (t)

Een voertuig dat in principe van hetzelfde concept gebruik maakte als de Jagdpanther, was de Jagdpanzer ‘Hetzer’ 38 (t). Met zijn 17 ton, bijna drie maal zo licht als de Jagdpantzer, was het de eerste in deze vorm gebouwde typische pantserjagers.

Door de bezetting van Duitsland in Tsjecho-Slowakije waren de Skoda fabrieken in hun handen gevallen. Op basis van de Pz 38 (t), waarbij de (t) voor Tsjecho-Slowakije staat, werd de Hertzer gebouwd. In een soort van kazematvorm werd een 75mm Pak 39 L/48 geplaatst aan de rechterzijde van het voertuig. Aan de voorzijde was de bepantsering 60mm dik en maar aan de zijkanten slechts 20mm. Verder bestond de bewapening uit een machinegeweer die bovenop de romp gemonteerd was. Door de lage romp, slechts 2.11 cm, en de grote beweeglijkheid gecombineerd met grote vuurkracht was het een populair en gevreesd wapen. Tussen april 1944 en mei 1945 werden 2.584 geproduceerd. Varianten van de Hertzer waren een vlammenwerper-en bergingstank. Na de oorlog werd de Hetzer technisch verbeterd en kwam in dienst bij het Tsjechische en Zwitserse leger als de G13.

De Hetzer 38 (t) Bij het 'Slag om Normandië Museum', Bayeux


Pz.Kpfw.VI, Tiger II, Königstiger

De laatste belangrijke zware tank die door de Duitsers werd ontwikkeld was de Tiger II, Ausf.B of de meer populaire benaming Königstiger. Eind 1943 kwam de tank in productie en werd als eerste beproefd aan het oostfront in mei 1944. Na de landingen van de geallieerden in Normandië werd de Königstiger ingezet in het westen.

De Tiger II was eigenlijk een nieuw ontwerp, en had maar weinig van doen met het originele ontwerp van de Tiger tank, hij had meer te danken aan de Panther tank. De opdracht voor de Tiger II kwam naar aanleiding dat er zwaarder pantser en geschud gewenst was tegen de T-34. Porsche en Henschel dienden beidde weer ontwerpen in, waarbij Porsche hun mislukte ontwerp nieuw leven in blies. Henschel was op dat moment bezig met de ontwikkeling van de Panther II. Er werd besloten zoveel mogelijk gebruik te maken van die ontwikkeling en die te verwerken in het oorspronkelijke ontwerp van de Tiger. De tank van Porsche werd niet verder ontwikkeld, maar de toren werd wel geproduceerd (50 van deze torens werden op de eerste Henschel Königstigers geplaatst). De volgende 434 gebouwde Königstigers kregen de eenvoudiger toren aangemeten die door Henschel zelf was ontwikkeld. De Königstiger was de meest spectaculaire Duitse tank ooit ontwikkeld. Het beste van de Panther was erin verwerkt, zoals de aflopende bepantsering. Het kanon was een enorme 88mm L/71, een verbeterd en verlengd kanon van de originele Tiger. Was de Königstiger nog sporadisch in actie in Normandië, tijdens het Ardennen Offensief in december 1944 werden verschillende ingezet.

De bewaard gebleven Königstiger te La Gleize, België

Ondanks hun enorme vuurkracht bleek, net als bij de Tiger I, de Königstiger door het zware gewicht (68 ton) en afmeting een lastig te bedienen voertuig over smalle weggetjes en bruggetjes. De bewegingsvrijheid was het grootste struikelblok van de Königstiger. Het waren als zodanig makkelijke doelen voor de geallieerde vliegtuigen, terwijl de geallieerde tanks door hun grotere bewegelijkheid en afmeting (en grotere aantallen) lastiger waren uit te schakelen.

Jagdtiger

Een variant op de Tiger II was de massieve Jagdtiger. In termen van gewicht was dit het zwaarst geproduceerde pantservoertuig van de Tweede Wereldoorlog. Het bezat geen draaibare toren, deze was als opbouw één geheel met de romp. In de opbouw was ruimte voor 38 granaten voor het 128mm kanon, waarbij dit kanon het zwaarste anti-tank geschut werd van de oorlog.

Een Jagdtiger


Sd.Kfz.234 'PUMA'

Het zware wielpantservoertuig ‘Puma’ is een weinig bekende gevechtswagen. Dat is onterecht. Van dit voertuig zijn maar liefst 2300 gebouwd, in verschillende uitvoeringen. Uitgerust met een 50mm KwK 39/1 L60 kanon en een machinegeweer was het een zeer modern voertuig.

Sd.Kfz.234/2

Zich verplaatsend op acht wielen die aangedreven werden door een Tatra 111, 12 cilinder dieselmotor kon het voertuig een snelheid bereiken van 90 km per uur. Het pantservoertuig kon 360 liter brandstof kwijt die het een actieradius gaf van maar liefst 1000 kilometer. Een zeer veelzijdig voertuig dat zeker een plaatsje op deze pagina’s verdiend.


Hier naar De SdKfz 251 Schützenpanzerwagen (SPW)

Deze pagina's zijn onderdeel van:

GA TERUG